Wat zijn de definities voor banketspecialiteiten en brood?

Het antwoord:
In Nederland is er geen specifieke wetgeving met definities voor bakkerij producten. Ze moeten natuurlijk wel voldoen aan de eis van artikel 3 en 4 van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen.

Artikel 3
Bij de verhandeling van voorverpakte, verpakte of onverpakte eet- of drinkwaren moet, met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit terzake gestelde regels, de van toepassing zijnde aanduiding worden gebezigd.

Artikel 4

1. De aanduiding, bedoeld in artikel 3, is de aanduiding voorgeschreven in de wettelijke bepalingen die op de betrokken eet- of drinkwaar van toepassing zijn. Bij het ontbreken van dergelijke bepalingen is de aanduiding:

a. de benaming die uitsluitend mag worden gebezigd voor de eet- of drinkwaar waaraan die benaming in een wettelijk voorschrift is voorbehouden; dan wel

b. de algemeen gebruikelijke benaming van de betrokken waar; dan wel

c. een omschrijving van de betrokken waar en zonodig van de wijze waarop die waar kan worden gebruikt, welke zo duidelijk is gesteld dat de koper de ware aard van de waar kan begrijpen en haar kan onderscheiden van waren waarmede zij zou kunnen worden verward.

2. In afwijking van het eerste lid mag de aanduiding worden gebezigd waaronder de desbetreffende eet- of drinkwaar rechtmatig in het verkeer is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover:

a. deze aanduiding de koper in staat stelt die eet- of drinkwaar te onderscheiden van waren waarmee zij verward zou kunnen worden; of

b. in de nabijheid van die aanduiding een vermelding wordt gebezigd inhoudende een beschrijving van de eet- of drinkwaar;

zodat de koper geïnformeerd wordt over de ware aard en samenstelling van de waar.

3. Het tweede lid is niet van toepassing indien een aldus geëtiketteerde eet- of drinkwaar wat betreft samenstelling of bereidingswijze zo sterk afwijkt van een onder die aanduiding bekende waar dat daarmee geen correcte voorlichting van de koper is gewaarborgd.

4. Een fabrieks- of handelsmerk of een fantasienaam mag niet in de plaats treden van de aanduiding van de betrokken eet- of drinkwaar.

5. De aanduiding moet een aanwijzing omvatten of vergezeld zijn van een aanwijzing inzake de fysische toestand waarin de eet- of drinkwaar zich bevindt of de specifieke behandeling die zij heeft ondergaan, indien zonder een dergelijke aanwijzing voor de koper met betrekking tot de waar een verkeerde indruk wordt gewekt of kan worden gewekt.

Wel is er specifieke regelgeving voor brood. Dit zijn de definities:

Besluit van 4 juni 1998, houdende het Warenwetbesluit Meel en brood

Artikel 8
De aanduiding brood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood met een vochtgehalte van ten minste 20%, en een gehalte aan keukenzout van ten hoogste 2,1% berekend op de droge stof.

Artikel 9
De aanduiding wit(te)brood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood:

  • met een vochtgehalte van ten minste 20%;
  • met een gehalte aan keukenzout van ten hoogste 2,1% berekend op de droge stof;
  • waarvan tarwebloem het voornaamste meelbestanddeel is; en
  • waarin zemelen met het blote oog niet waarneembaar zijn.

Artikel 10
De aanduiding bruinbrood of tarwebrood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood:

  • met een vochtgehalte van ten minste 20%;
  • met een gehalte aan keukenzout van ten hoogste 2,1% berekend op de droge stof;
  • waarvan (volkoren)tarwemeel, al dan niet gemengd met gebroken tarwe en tarwevlokken, het voornaamste meelbestanddeel is; en
  • waarin zemelen met het blote oog waarneembaar zijn.

Artikel 11
De aanduiding melkbrood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood:

  • met een vochtgehalte van ten minste 20%;
  • met een gehalte aan keukenzout van ten hoogste 2,1% berekend op de droge stof; en
  • waaraan melkbestanddelen in hun natuurlijke verhouding zijn toegevoegd, zodat het melkvetgehalte ten minste 1,5% van de droge stof bedraagt.

Artikel 12
De aanduiding krentenbrood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood met ten minste 30% krenten.

Artikel 13
De aanduiding rozijnenbrood mag uitsluitend worden gebezigd voor brood met ten minste 30% rozijnen.

Artikel 14
De navolgende aanduidingen mogen uitsluitend worden gebezigd voor zover de aldus aangeduide waar voldoet aan de daarbij vermelde hoeveelheid droge stof:

Aanduiding Hoeveelheid droge stof tussen
Fluit of dubbele kadet 60 en 70gram
Bolletje, broodje, kadetje of puntje 30 en 36 gram
Mini, als een onderdeel van de aanduiding 10 en 25 gram

Artikel 15

1. Het woord heel of het woord half mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van:

a. roggebrood, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 520 en 560 gram onderscheidenlijk tussen 260 en 285 gram;

b. ander brood dan bedoeld onder a, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 480 en 530 gram onderscheidenlijk tussen 240 en 265 gram.

2. De aanduiding groot stokbrood of klein stokbrood mag uitsluitend worden gebezigd voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen 240 en 265 gram onderscheidenlijk tussen 120 en 140 gram.

Artikel 16
Het woord volkoren mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van een in dit besluit bedoelde waar, voor zover in de aldus aangeduide waar alle van nature voorkomende bestanddelen van de desbetreffende graansoort in hun natuurlijke verhouding, al dan niet na een bewerking te hebben ondergaan, aanwezig zijn.

Deze definities zijn alleen van toepassing op in Nederland geproduceerd brood.