Zijn we verplicht tests aan te leveren t.a.v. het van Schmallenbergvirus?

Het antwoord:

Beperking import vanuit Nederland

Op dit moment hebben 15 landen buiten de Europese Unie (EU) maatregelen genomen om het Schmallenbergvirus buiten de deur te houden. Het gaat dan vooral om beperkingen op de import van levende dieren, sperma en embryo’s. De Europese Commissie vindt zulke importbeperkingen onterecht. De ziekte heeft een geringe economische impact en de risico’s op overbrenging van het virus door levende dieren, sperma of embryo’s zijn gering.

Aanvullende testen zouden extra garanties kunnen geven en zo de handel weer op gang kunnen brengen. Zulke tests zijn echter kostbaar. Binnen de EU is daarom afgesproken dat lidstaten voorlopig geen individuele afspraken zullen maken over dergelijke aanvullende testen.

Achtergrondinformatie over het Schmallenbergvirus

In december 2011 is een nieuwe dierziekte gevonden bij schapen en koeien in Nederland: het Schmallenbergvirus. Door de ziekte ontstaan aangeboren afwijkingen.

Geen risico voor de volksgezondheid

Er zijn geen aanwijzingen dat het Schmallenbergvirus naar de mens kan worden overgebracht. Het RIVM onderzocht ruim 300 mensen die werken of wonen op bedrijven waar het Schmallenbergvirus is gevonden of besmetting waarschijnlijk is. Bij geen van deze mensen kon een doorgemaakte infectie worden aangetoond.

Kenmerken virus

Het Schmallenbergvirus is aangetroffen bij schapenlammeren, geitenlammeren, kalveren en volwassen runderen. De ziekte is nieuw en het is onbekend waar deze vandaan komt. Wel blijkt uit de eerste onderzoeken dat het virus lijkt op het Akabanevirus, een bekende ziekteverwekker bij herkauwers in Azië en Australië. Het Schmallenbergvirus wordt waarschijnlijk doorgegeven door knutten (een soort insecten).

Misvormde lammeren

Bij schapen kenmerkt het virus zich door aangeboren afwijkingen bij lammeren. De dieren hebben bijvoorbeeld een scheve nek, een waterhoofd en stijve gewrichten. De meeste misvormde schapenlammeren worden doodgeboren. Levendgeboren dieren zijn niet levensvatbaar. De ooien vertonen geen ziekteverschijnselen.

Zieke koeien en minder melkproductie

Besmette runderen hebben diarree en koorts. Ook geven de dieren minder melk. In augustus en september 2011 zijn deze symptomen gemeld bij koeien op ruim 80 rundveebedrijven in Nederland. Aangenomen wordt dat het Schmallenbergvirus hiervan de oorzaak was. Die dieren zijn weer hersteld.

Schmallenbergvirus bij misvormde kalveren

Sinds 23 januari 2012 is het Schmallenbergvirus in Nederland ook bij kalveren aangetoond. Dat het virus ook bij kalveren zou worden aangetoond, was te verwachten. De dieren zijn in dezelfde periode geïnfecteerd als de schapen en geiten. De infectie is pas later geconstateerd dan bij de lammeren doordat de draagtijd van een rund langer is. Ook worden bij schapenbedrijven vaak meerdere lammeren per keer geboren, terwijl het bij rundveebedrijven vaak om 1 kalf per geboorte gaat.

Verspreiding van de ziekte

Op de website van de NVWA staat een overzichtskaart met locaties van bedrijven waar het Schmallenbergvirus is aangetoond en een rapportage waarin per provincie is te zien op hoeveel bedrijven het Schmallenbergvirus is aangetoond, op hoeveel bedrijven het Schmallenbergvirus na onderzoek niet is aangetoond en hoeveel bedrijven er nog in onderzoek zijn .

Testmethode

Na een melding worden de misvormd geboren dieren van het bedrijf getest op de aanwezigheid van het Schmallenbergvirus. Het is mogelijk dat het virus bij deze test niet wordt aangetroffen, aangezien de infectie al eerder in de dracht heeft plaatsgevonden. Om te kunnen onderzoeken of (ouder)dieren op het bedrijf eerder geïnfecteerd zijn geweest met het Schmallenbergvirus is een test ontwikkeld waarmee antistoffen tegen het Schmallenbergvirus in het bloed kunnen worden aangetoond.

Bedrijven niet ruimen of sluiten

De geboorte van misvormde dieren komt door een besmetting die een paar maanden geleden al heeft plaatsgevonden. Het virus wordt waarschijnlijk doorgegeven door insecten (knutten en mogelijk ook muggen). In de winter zijn deze insecten niet actief en is de kans op een verdere verspreiding minimaal. Daarom is er nu geen aanleiding om besmette dieren te ruimen of bedrijven te sluiten. Het virus is niet (Europees) aangifte- of bestrijdingsplichtig. Wel wordt onderzocht of het virus ook op andere manieren wordt doorgegeven.