Moeten toegevoegde eiwitten in vlees en vis benoemd worden?

In Verordening (EU) Nr. 1169/2011 op blz. 304/48, bijlage VI, Deel A, nummer 5 staat het volgende:

Ingeval van vleesproducten, vleesbereidingen en visserijproducten die toegevoegde eiwitten bevatten, miv gehydrolyseerde eiwitten, van een andere dierlijke oorsprong, wordt in de benaming van het levensmiddel melding gemaakt van de aanwezigheid van deze eiwitten en van hun oorsprong.

Wat wordt met bovenstaande precies bedoel? En wat zijn gehydrolyseerde eiwitten?

Het antwoord:

Bij vlees en vis worden soms eiwitten gebruikt om bijvoorbeeld vlees te plakken (trombine). Deze eiwitten moet genoemd worden met de naam van het dier waarvan ze afkomstig zijn. Dat geldt ook voor gehydroliseerde eiwitten van dierlijke oorsprong, ofschoon de meeste gehydroliseerde eiwitten gemaakt worden van plantaardige eiwitten, zoals gluten. Bij het hydroliseren van eiwitten wordt een zeer sterk zuur gebruikt die de eiwitten knippen tot aminozuren of korte ketens van aminozuren. Bouillonblokjes en smaakversterkers (glutaminezuur) worden zo gemaakt. Bij gehydrolyseerde eiwitten zijn de eiwitten zodanig klein gemaakt dat deze niet als ‘lichaamsvreemd’ herkenbaar zijn door het afweersysteem van het lichaam. Zo veroorzaken zij minder tot geen overgevoeligheidsreacties.